Wat kun je doen met een blender in de keuken

Met een blender kun je veel meer dan alleen een smoothie maken. Het apparaat is handig voor alles wat je wilt mengen, pureren, luchtig maken of fijnmalen: van soep en saus tot hummus, beslag, ijs en babyvoeding.

wat kun je doen met een blender

Wat kun je doen met een blender

Een blender gebruik je vooral voor bereidingen met vochtige of zachte ingrediënten. Zodra er genoeg vloeistof in de kan zit, trekken de messen de rest makkelijker mee. Daardoor krijg je snel een gladde structuur zonder lang te roeren of te kloppen.

ToepassingHandig voor
DrankjesSmoothies, shakes, ijskoffie en zachte vruchtendranken
Warme gerechtenSoep, pastasaus, pizzasaus en groentepuree
SmeerselsHummus, pesto, tapenade en kruidenboter
Ontbijt en zoetBeslag, havermeel, nicecream, sorbet en dessertsaus

Smoothies en shakes maken

Smoothies en shakes zijn de makkelijkste toepassingen. Je doet melk, yoghurt, sap of water in de kan en voegt fruit, havermout, proteïnepoeder of pindakaas toe. Binnen een minuut heb je een drinkbaar ontbijt of tussendoortje.

  • Gebruik banaan of mango voor een romige structuur.
  • Voeg havermout toe als je de smoothie vullender wilt maken.
  • Gebruik diepvriesfruit voor een koude, dikkere smoothie.

Soepen en sauzen pureren

Gekookte groenten, tomaten en bouillon laten zich goed pureren in een blender. Zo maak je tomatensoep, pompoensoep, courgettesoep of een gladde pastasaus. Laat hete inhoud wel eerst iets afkoelen en vul de kan niet tot de rand.

Dips en spreads mengen

Voor hummus, pesto, tapenade en yoghurtdips is een blender handig omdat je snel een gelijkmatige structuur krijgt. Gebruik bij grovere spreads liever de pulseerstand, zodat je niet per ongeluk een volledig gladde pasta maakt.

Beslag en desserts bereiden

Pannenkoekenbeslag, wafelbeslag en simpele dessertsaus worden snel glad in de blender. Mix beslag kort; zodra de klontjes weg zijn, is het meestal genoeg. Te lang mixen kan beslag taaier of zwaarder maken.

Babyvoeding fijnmaken

Voor babyvoeding kun je zachte, goed gare ingrediënten fijnmaken, zoals wortel, pompoen, appel, peer, aardappel of courgette. Voeg een beetje kookvocht toe als de puree te dik blijft. Gebruik geen zout of sterke kruiden voor jonge baby’s en stem de structuur af op de leeftijd van je kind.

Wat kun je doen met een blender

Dranken maken met een blender

Voor drankjes komt een blender goed tot zijn recht, omdat vloeistof en zachte ingrediënten snel mengen. Rijp fruit dat anders blijft liggen, kun je zo makkelijk gebruiken in een smoothie, shake of koude drank.

Smoothies met fruit en yoghurt

Een smoothie met fruit en yoghurt is snel klaar en makkelijk aan te passen. Begin met yoghurt of melk, voeg fruit toe en maak het dunner met water, sap of extra melk als dat nodig is.

  • Banaan, aardbei en yoghurt: zacht, romig en toegankelijk.
  • Mango, sinaasappelsap en Griekse yoghurt: voller en fris tegelijk.
  • Blauwe bessen, appel en havermout: steviger en geschikt als ontbijt.

Gebruik liefst rijp fruit. Dat geeft meer smaak en maakt extra suiker vaak overbodig.

Eiwitshakes en milkshakes

Eiwitshakes worden in een blender gladder dan in een gewone shakebeker, vooral als je er banaan, havermout of pindakaas bij doet. Voor een milkshake gebruik je melk met ijs en bijvoorbeeld aardbei, cacao of vanille. Mix kort, anders wordt de shake snel dun.

IJskoffie en koude drankjes

Voor ijskoffie laat je koffie eerst afkoelen. Daarna mix je die met melk, ijsblokjes en eventueel een beetje vanille of siroop. Ook watermeloen met munt, limoen met ijs of een alcoholvrije fruitdrank maak je makkelijk in de blender.

Vruchtensap met zachte ingrediënten

Een blender maakt geen helder sap zoals een sapcentrifuge, maar eerder een dikkere vruchtendrank. Zachte ingrediënten zoals sinaasappel, aardbei, druiven, kiwi en meloen werken goed. Wil je het dunner, voeg dan water of kokoswater toe. Voor minder pulp kun je de drank zeven.

Soepen en sauzen maken

Bij soepen en sauzen helpt een blender vooral met structuur. Gekookte groenten veranderen snel in een gladde basis, waardoor een soep romiger aanvoelt zonder dat je veel room hoeft te gebruiken.

Tomatensoep en groentesoep pureren

Voor tomatensoep kook of rooster je tomaten met ui en knoflook en blend je ze daarna met bouillon. Ook wortel, pompoen, courgette, bloemkool en prei zijn geschikt. Een kleine aardappel of wat linzen kan helpen om de soep voller te maken.

Pastasaus en pizzasaus mengen

Een pastasaus kun je helemaal glad of juist halfgrof blenden. Voor pizzasaus is een stevigere structuur vaak fijner, omdat een te dunne saus de bodem nat maakt. Gebruik dus weinig extra vocht en pulseer kort.

  • Tomaat, knoflook en oregano werken goed als basis.
  • Wortel maakt tomatensaus iets zachter van smaak.
  • Basilicum voeg je bij voorkeur op het einde toe.

Dressings en marinades maken

Een blender mengt olie, zuur en kruiden tot een gladde dressing. Denk aan olijfolie met citroensap, mosterd, peper en verse kruiden. Voor marinades kun je knoflook, yoghurt, olie, specerijen of citroen meeblenden, zodat de smaak gelijkmatig verdeeld wordt.

Hete inhoud veilig laten afkoelen

Hete soep of saus kan druk opbouwen in de kan. Laat warme inhoud daarom eerst een paar minuten afkoelen, vul de kan maximaal halfvol en start op een lage stand. Houd de deksel stevig vast met een doek en werk liever in twee porties dan in één te volle kan.

Soepen en sauzen maken

Dips en spreads maken

Dips en spreads zijn ideaal als je snel iets voor brood, wraps, rauwkost of een borrelplank wilt maken. Met een blender kun je de structuur zelf bepalen: glad voor hummus, grover voor pesto of tapenade.

Hummus glad mengen

Hummus maak je met kikkererwten, tahin, citroensap, knoflook en een beetje olie of water. Voeg vocht rustig toe terwijl je blendt. Een scheutje koud water maakt hummus vaak luchtiger dan extra olie.

  • Spoel kikkererwten uit blik goed af.
  • Blend langer voor een zachtere hummus.
  • Proef pas op het einde op zout en citroen.

Pesto kort pulseren

Pesto hoeft niet glad te worden. Pulseer basilicum, pijnboompitten, Parmezaanse kaas, knoflook en olijfolie kort, zodat er nog wat structuur blijft. Voeg de olie in delen toe; dan zie je beter wanneer de pesto smeuïg genoeg is.

Tapenade grof houden

Tapenade is lekkerder als je nog stukjes olijf, kappertjes of zongedroogde tomaat proeft. Gebruik daarom korte pulsen. Wees voorzichtig met extra zout, want olijven, ansjovis en kappertjes zijn van zichzelf al hartig.

Kruidenboter zacht mixen

Kruidenboter lukt alleen prettig als de boter zacht is. Meng roomboter met peterselie, bieslook, knoflook, citroenrasp of zongedroogde tomaat. Is de boter nog koud, dan blijft hij eerder aan de messen plakken en mengt alles ongelijk.

Dips en spreads maken

Ontbijt en beslag bereiden

Voor ontbijt en beslag bespaart een blender vooral tijd. Je hoeft minder te kloppen en krijgt snel een glad mengsel. Dat is handig voor pannenkoeken, wafels, havermeel en toppings met noten.

Pannenkoekenbeslag zonder klontjes

Doe eerst melk en eieren in de kan, daarna bloem en een snuf zout. Mix kort tot het beslag glad is. Laat het daarna even rusten, zodat de bloem vocht kan opnemen en de pannenkoeken gelijkmatiger bakken.

  • Voeg kaneel of vanille toe voor zoete pannenkoeken.
  • Blend een banaan mee voor een zachtere smaak.
  • Gebruik spinazie of kruiden voor een hartige variant.

Wafelbeslag snel mengen

Wafelbeslag kun je ook in de blender maken, maar mix niet langer dan nodig. Meng eerst de natte ingrediënten en voeg daarna bloem toe. Zo wordt het beslag glad zonder dat de wafels zwaar worden.

Havermeel kort malen

Van havermout maak je in korte tijd havermeel. Pulseer de vlokken tot ze fijn genoeg zijn voor pannenkoeken, muffins of bananenbrood. Voor een rustiek beslag mag het meel best iets grover blijven.

Noten fijn pulseren

Noten bevatten veel olie. Als je ze te lang blendt, krijg je eerder notenpasta dan gehakte noten. Gebruik korte pulsen en schud de kan tussendoor voorzichtig. Fijngehakte noten zijn lekker door yoghurt, beslag, havermout of als topping op ijs.

Ontbijt en beslag bereiden

Desserts en ijs maken

Met bevroren fruit, yoghurt, sap of zachte vruchten maak je snel een eenvoudig dessert. De blender is vooral handig voor frisse toetjes die meteen geserveerd kunnen worden.

Nicecream van bevroren fruit

Nicecream maak je meestal met bevroren banaan. Laat het fruit heel kort zachter worden, blend in kleine porties en voeg pas vocht toe als de messen echt vastlopen. Banaan geeft romigheid; aardbei, mango, cacao of pindakaas zorgen voor variatie.

Sorbet met fruit en sap

Voor sorbet blend je bevroren of goed gekoeld fruit met een kleine hoeveelheid sap. Mango met limoen, framboos met sinaasappel of aardbei met appel werkt goed. Gebruik niet te veel vocht, anders wordt het eerder een drankje dan een sorbet.

Crushed ice voor drankjes

Niet elke blender is geschikt voor ijs. Controleer daarom de handleiding voordat je ijsblokjes gaat crushen. Kan jouw blender het aan, gebruik dan korte pulsen. Zo houd je controle over de grootte van het ijs en belast je de motor minder.

Romige dessertsaus mengen

Een fruitsaus voor ijs, yoghurt of pannenkoeken maak je met zacht fruit, een beetje citroensap en eventueel honing of suiker. Is de saus te dik, voeg dan een klein scheutje water toe. Is hij te dun, dan kun je hem kort inkoken in een pannetje.

Zo gebruik je een blender beter

Een blender werkt beter als je de kan in de juiste volgorde vult. Dat voorkomt vastlopende messen, luchtbellen onderin en grote stukken die bovenin blijven hangen.

Doe eerst vloeistof in de kan

Begin met melk, water, bouillon, yoghurt, sap of olie, afhankelijk van wat je maakt. De messen pakken de inhoud dan sneller op en het mengsel komt makkelijker in beweging.

Voeg zachte ingrediënten daarna toe

Zachte ingrediënten vormen een soepele laag tussen de vloeistof en de hardere stukken. Denk aan banaan, avocado, gekookte groente, zachte vruchten of yoghurt. Daardoor blendt het geheel gelijkmatiger.

Gebruik harde ingrediënten als laatste

IJs, bevroren fruit, noten en rauwe harde groente doe je bovenop. Ze zakken tijdens het blenden geleidelijk naar beneden. Dat is beter voor de motor en geeft meer kans op een glad resultaat.

Werk met korte pulsen

De pulseerstand is handig als je controle wilt houden over de structuur. Gebruik hem voor pesto, tapenade, noten, crushed ice en dikke mengsels. Stop zodra de structuur goed is; langer mixen maakt niet altijd beter.

Roer tussendoor als het vastloopt

Blijft een dikke smoothie, hummus of nicecream hangen, zet de blender dan eerst uit. Roer de inhoud los met een spatel en voeg eventueel een klein beetje vocht toe. Doe dat beetje voor beetje, zodat het mengsel niet ineens te dun wordt.

Zo gebruik je een blender beter

Conclusie

Een blender is handig voor drankjes, soepen, sauzen, dips, spreads, beslag, desserts en babyvoeding. Het beste resultaat krijg je door met vloeistof te beginnen, zachte ingrediënten daarna toe te voegen en harde ingrediënten als laatste te gebruiken. Bij hete inhoud en ijs is wat extra voorzichtigheid verstandig, omdat niet elke blender daar even goed tegen kan.

FAQ

Waar kan je een blender voor gebruiken

Voor alles wat gemengd, gepureerd of fijngemaakt moet worden: smoothies, shakes, soep, saus, hummus, pesto, beslag, fruitijs, dessertsaus en zachte puree.

Wat mag niet in de blender

Vermijd kokendhete vloeistof, zwaar deeg, botten, heel droge harde ingrediënten en grote hoeveelheden ijs als je blender daar niet voor gemaakt is. Kijk bij twijfel in de handleiding.

Wat zijn de voordelen van een blender

Een blender werkt snel, vraagt weinig handwerk en maakt het makkelijk om fruit, groente, noten, zuivel en kruiden in één bereiding te verwerken.

Kun je soep maken met een blender

Ja. Kook de groenten eerst gaar, voeg bouillon toe en pureer de soep daarna in porties. Laat hete soep iets afkoelen en vul de kan niet te vol.